papegaaien.net
Startpagina Papegaaien.net Papegaaien Lori's Kaketoes Pionussen Ara's Edelpapegaaien Caiques Ziekten Papegaai als huisdier Vogelboeken

Forum vogelproblemen

Papegaaien en parkieten handboek 2013

De nieuwe editie van het Papegaaien en parkieten Handboek van auteur Adri van Kooten en co-auteurs Heinz Schnitker en Herman Kremer is uit. De zeer uitgebreide editie bestaat uit 2 delen (Totaal 864 pagina’s) in een cassette en is nu te bestellen op deze website.  

Klik hier om de boeken te bestellen.

Roodborstlori - Lorius lory erythrothorax

De roodborstlori is een ondersoort van de zwartkaplori (Lorius lory lory)


Zwartkaplori


Ondersoorten

Lorius lory lory - zwartkaplori

Lorius lory erythrothorax - roodborstlori

Lorius lory somu - Somulori

Lorius lory salvadorii - Salvadorilori

Lorius lory jobiensis - Jobilori

Lorius lory cyanauchen - blauwneklori


Zwartkaplori’s kunnen in twee groepen worden onderverdeeld: de drie ondersoorten van de noordelijke helft van Nieuw-Guinea hebben blauw-gele ondervleugels terwijl

deze bij de drie ondersoorten van de zuidelijke helft van het eiland rood-geel zijn. Dit helpt als eerste om de verschillende ondersoorten uit elkaar te houden. Voor een verdere identificatie van de ondersoorten is bij de noordelijke de nek van belang en moet bij de zuidelijke op de hoeveelheid rood worden gelet.


Lorius lory lory


Zwartkaplori


Formaat: 31 cm. Ringmaat: 8 mm.

Man en pop: aan elkaar gelijk. De schedel is zwart. De zijkanten van de kop, het bovenste deel van de borst en de stuit zijn rood. Ook de lichaamsveren langs de vleugels zijn rood. Verder is de hele onderkant, (buik, borstband, anaalstreek

en dijen) donker paarsblauw van kleur. De bevedering van de vleugels is groen, de ondervleugeldekveren zijn rood met gele vlaggen. De staart is groen. De snavel is oranjerood en de naakte oogring donkergrijs. De vogels hebben grijsgekleurde

Poten.


Lorius lory erythrothorax


Roodborstlori


Formaat: 31 cm. Ringmaat: 8 mm.

Man en pop: als de nominaatvorm, maar de hele borst is rood dat in een streep doorloopt tot voorbij de nek. Daardoor wordt als het ware een blauw driehoek in de nek gevormd.

Lorius lory somu


Somulori

Formaat: 29 cm. Ringmaat: 8 mm.

Man en pop: als erythrothorax, maar de hele nek is rood. De vogels zijn iets kleiner dan de overige ondersoorten.


Lorius lory salvadorii


Salvadorilori

Formaat: 31 cm. Ringmaat: 8 mm.

Man en pop: als erythrothorax, maar het blauw van het borstband is verbonden met de ondervleugels die blauwgeel zijn. De blauwe driehoek in de nek is uitgebreider.


Lorius lory jobiensis


Jobilori

Formaat: 31 cm. Ringmaat: 8 mm.

Man en pop: als salvadorii, maar het rood van het lichaam is eerder bleek en sterker rozekleurig. De nek vertoont zilverachtig witte veren.


Lorius lory cyanauchen


Blauwneklori

Formaat: 33 cm. Ringmaat: 8 mm.

Man en pop: als salvadorii, maar de blauwe driehoek in de nek gaat zonder rood direct over in de zwarte kap. De vogels zijn iets groter.


Herkomst, leefwijze en status


L. l. lory: het Vogelkop-schiereiland op westelijk Nieuw-Guinea en op de eilanden Waigeu, Batanta, Salawati en Misool.

L. l. cyanauchen: het eiland Biak.

L. l. jobiensis: de eilanden Japen en Mios Num in de Geelvinkbaai.

L. l. erythrothorax: geheel Nieuw-Guinea, behalve de noordelijke laaglanden en het Vogelkop-schiereiland (heeft het grootste verspreidingsgebied).

L. l. salvadorii: de laaglanden van het hele noorden van Nieuw-Guinea.

L. l. somu: het Karimui Basin en het Lake Kutubu-district in het centrale zuiden van Nieuw-Guinea.

De vogels bewonen bosgebieden, bosranden en open bosbestanden in het laaggebergte. Tijdens de broedperiode komen ze paarsgewijs voor, daarbuiten in kleine groepen tot tien vogels. Ze houden zich vooral op bij bloemdragende bomen

en struiken. Het voedsel bestaat in hoofdzaak uit nectar, bloesems, bessen, pollen, vruchten en insecten en hun larven.


Bijzonderheden


Door de geringe onderlinge verschillen tussen de ondersoorten is het erg moeilijk om zuivere broedparen samen te stellen. Van alle soorten lori’s komt bastaardering binnen deze soort waarschijnlijk het meest voor.



Voeding


Het zijn vogels die hoofdzakelijk bloesems, nectar, bladknoppen en verschillende soorten zachte vruchten en insecten eten. Gelukkig zijn er tegenwoordig diverse volwaardige kant-en-klaarvoeders voor lori’s en andere zachtvoereters in de handel. In de meeste gevallen zijn ze hier dan ook prima op te houden. De genoemde voeders kunnen variëen van korrelig tot poedervormig en moeten worden aangelengd met water. Tegenwoordig zijn er ook pellets in de handel die speciaal voor lori’s zijn ontwikkeld.

F. Beswerda was én van de eerste kwekers in Nederland die succesvol met lori’s kweekte. Na jarenlang geëperimenteerd te hebben met de voeding ontwikkelde hij uiteindelijk een recept waarmee hij zeer goede kweekresultaten behaalde en haalt.

Dit recept bestaat uit drie delen en ziet er als volgt uit:

• 50% moes van fruit en groente. Deze wordt gemaakt van appels, peren, aardbeien, ananas, wortelen, komkommers en andere groenten- en fruitsoorten die op het moment beschikbaar zijn (geen bananen en sinaasappelen, deze kunnen namelijk darmstoornissen veroorzaken);

• 25% mengsel (als voorbeeld 1,5 kg) van 300 gram zevengranenvlokken, 200 gram Nutrix rijstebloem, 250 gram insectenvoer, 250 gram eivoer, 500 gram druivensuiker, 2 maatschepjes spirulina, een flinke eetlepel honing , een lepeltje multivitamine en twee maatschepjes kalkpreparaat;

• 25% kant en klaar lorivoer.

Bovenstaand mengsel wordt vervolgens aangelengd met water tot het de dikte van magere yoghurt heeft bereikt. Het voer kan in grotere porties worden aangemaakt en in de diepvries bewaard. Bovenstaande voeding kan eventueel dagelijks nog worden aangevuld met een weinig zonnebloempitten en trosgierst; deze worden echter niet door alle soorten gegeten. Verder kunnen, indien voorradig, wilgentakken en onrijpe gras- en onkruidzaden worden gegeven. Het is belangrijk om het voedsel van lori’s in vrij zware voerbakjes aan te bieden. Dit voorkomt dat de vogels ze omgooien of ermee gaan spelen, wat ze graag doen. Tevens is het van belang dat het voer niet te dik is. Bij het oplikken met de penseeltong steken ze de snavel er vrij diep in. Hierbij komt voer op de bevedering wat ze vervolgens verwijderen door met de kop te schudden. Bij een te dik voer zullen de resten

van de kop spatten en overal in de volière terechtkomen. Daarnaast zullen er bij een te dik voer voedselresten aan de snavel blijven kleven, die daarop op den duur een korst kunnen vormen. Dit kan op zijn beurt weer aanleiding geven tot vervelende schimmelinfecties.


Huisvesting

Een volière voor deze lori’s dient een minimale lengte te bezitten van 3 tot 4 m, een breedte van 1 m en een hoogte van ca. 2 m. Een langere volièe is niet echt nodig omdat lori´s geen typische vliegers zijn. Ze houden meer van klauteren, springen en klimmen. De volière dient daarom klimbomen, dikke stukken touw en

ander speelgerei te bevatten. Verder moet het verblijf gemakkelijk schoon te houden zijn, dit in verband met de dunne ontlasting. Dat betekent dat de wanden en de vloeren het best kunnen bestaan uit gladde materialen, bijvoorbeeld

trespa of tegels. Lori’s dienen het gehele jaar door een dikwandig broedblok tot hun beschikking te hebben omdat ze hier niet alleen in broeden maar er ook de nachten in door brengen. Het nachtverblijf dient verwarmd te kunnen worden omdat niet alle soorten winterhard zijn. Verwarming is eveneens gewenst omdat sommige soorten in de winter broeden. Door de kou koelen de eieren dan snel af, vooral

als de vogels voor langere tijd het nest verlaten.Het is daarom aan te bevelen de temperatuur niet onder 10°Cte laten komen. Opgemerkt dient te worden dat sommige soorten minimaal 20°C verlangen! Omdat verschillende soorten het gehele jaar door broeden is het wel noodzakelijk dat de kweekruimte over kunstmatige verlichting beschikt. Deze schept de mogelijkheid om de dagen (kunstmatig) te verlengen tot minimaal 12 uur en biedt daarmee gelegenheid aan de oudervogels om hun jongen door de dag heen voldoende voer aan te bieden. Het nachtverblijf moet ongeveer een afmeting hebben van 2 x 1 x 2 m (lxbxh). Indien er sprake is van naastgelegen rennen is het van belang om de tussenwanden van zowel het nachthok als de buitenrennen van dubbelwandig gaas te maken zodat de vogels elkaar niet kunnen verwonden.

Voor de buitenvolièes is het van belang dat de ondergrond goed gedraineerd is, zodat de dunne uitwerpselen gemakkelijk weggespoeld kunnen worden. Een goede ondergrond hiervoor is een flinke laag grof grind. Die is met een tuinslang gemakkelijk schoon te spuiten en ook kan het vrij eenvoudig omgeharkt worden. Lori’s houden erg van baden; de vogels moeten dan ook steeds de beschikking hebben over vers badwater. Zorg er ook voor dat een deel van de buitenvolièes

open is zodat ze van een mals regenbuitje kunnen genieten! Om aan de behoefte aan baden tegemoet te komen zou eventueel in de buitenvolièe(s) een kunstmatige beregeningsinstallatie aangelegd kunnen worden.


Kweek


De vogels dienen het gehele jaar door een nestblok tot hun beschikking te hebben omdat ze hier niet alleen in broeden maar er ook de nachten in doorbrengen. Het nest- c.q. slaapblok dient een afmeting te hebben van ca. 60 cm hoog met een bodemoppervlak van 20 x 20 cm. Het invlieggat moet een diameter hebben van ongeveer 7 cm. Vanwege eventuele kou dient het nestblok vervaardigd te zijn van dik hout (dikke wanden).

Om de vogels te helpen bij het in- en uitgaan van het blok is het raadzaam de binnenzijde onder het invlieggat te voorzien van een strookje gaas of krammen. Verder is het handig om op ongeveer 10 cm boven de bodem een inspectieluikje aan te brengen.Als nestmateriaal dient een laag houtspaanders in het blok

te worden aangebracht. Deze laag mag niet te dik zijn en moet flink worden aangestampt zodat eventueel gelegde eieren niet in de houtkrullen wegzakken. Als er jongen zijn dient, vanwege de dunne ontlasting, met enige regelmaat het nestmateriaal te worden ververst. De pop legt meestal twee eieren per broedsel. De broedtijd bedraagt ca. 26 - 27 dagen. De jongen vliegen na ongeveer

tien tot elf weken uit. Ze lijken dan op de ouders. Na het uitvliegen worden ze nog enkele weken (bij)gevoerd. Drie weken later zijn ze als zelfstandig te beschouwen.


A. van Kooten




Terug naar Index  lori’s


Terug naar startpagina



papegaaien.net
papegaaien.net