papegaaien.net
Startpagina Papegaaien.net Papegaaien Lori's Kaketoes Pionussen Ara's Edelpapegaaien Caiques Ziekten Papegaai als huisdier Vogelboeken

Forum vogelproblemen

Papegaaien en parkieten handboek 2013

De nieuwe editie van het Papegaaien en parkieten Handboek van auteur Adri van Kooten en co-auteurs Heinz Schnitker en Herman Kremer is uit. De zeer uitgebreide editie bestaat uit 2 delen (Totaal 864 pagina’s) in een cassette en is nu te bestellen op deze website.  

Klik hier om de boeken te bestellen.

Tres Mariasamazone  

Amazona orchrocephala tresmariae

De Tres Mariasamazone is een ondersoort van de geelvoorhoofdamazone (A. o. ochrocephala). De overige ondersoorten zijn:


Ondersoorten

Amazona ochrocephala ochrocephala - geelvoorhoofdamazone

Amazona ochrocephala xantholaema - Marajó-amazone

Amazona ochrocephala nattereri - Nattereramazone

Amazona ochrocephala panamensis - Panama-amazone

Amazona ochrocephala auropalliata - geelnekamazone

Amazona ochrocephala parvipes - Mosquitia-amazone

Amazona ochrocephala caribaea - Roatánamazone

Amazona ochrocephala hondurensis - Hondurasamazone

Amazona ochrocephala belizensis - Belize-amazone

Amazona ochrocephala tresmariae - Tres Mariasamazone

Amazona ochrocephala oratrix - dubbele geelkopamazone

Amazona ochrocephala magna - grote geelkopamazone

Amazona ochrocephala ochrocephala (Gmelin 1788)


Geelvoorhoofdamazone

Formaat: 37 cm. Ringmaat: 11 mm.

Man en pop: geen uiterlijk verschil. De hoofdkleur is groen. De bevedering in de nek is licht zwart omzoomd. Het voorhoofd, de teugels en de schedel zijn geel. De vleugelbocht is rood en de hand- en armpennen zijn aan de buitenzijde en

aan de punten violetblauw. Verder heeft de geelvoorhoofdamazone een rode vleugelspiegel, die wordt gevormd door de vijf buitenste armpennen. De staart is groen, aan de punt meer geelgroen. De buitenste staartveren zijn aan de basis

rood. De naakte oogring is wit. De snavel is overwegendgrijs met in het midden van de bovensnavel een roodachtige vlek. De iris is oranje en de poten zijn grijs.

In het algemeen zijn de mannen vaak wat forser dan de poppen. Het omgekeerde komt echter ook voor.

Amazona ochrocephala xantholaema


Marajó-amazone

Formaat: 38 cm. Ringmaat: 11 mm.

Man en pop: als de nominaatvorm, maar het geel op de kop loopt meer uit naar de achterkop, het gebied rond de ogen en gedeelten van de wangen en het oordek. Veel vogels laten een smalle groene voorhoofdsband zien. De borstbevedering

is bij deze ondersoort duidelijk blauw bewaasd.



Nattereramazone


Formaat: 38 cm. Ringmaat: 11 mm.

Man en pop: als de nominaatvorm, maar met een duidelijke groene voorhoofdsband. Deze band, de wangen, het oordek en de hals zijn bij de meeste vogels duidelijk blauw bewaasd. De grondkleur van de bevedering van borst en buik varieert van geelgroen tot blauwgroen. De rode vleugelbocht laat bij veel vogels verspreid voorkomende gele veertjes zien. De bovensnavel is grijs, aan de zijkanten geelachtig tot roze.


Amazona ochrocephala panamensis


Panama-amazone

Formaat: 35 cm. Ringmaat: 11 mm.

Man en pop: als de nominaatvorm, maar kleiner. Het geel op het voorhoofd en de schedel is kleiner van omvang en meer V-vormig begrensd. De teugels en het gebied rond de ogen zijn groen met een blauwe waas, net als de achterkop. Het

rood van de vleugelbocht is minder uitgebreid dan bij A. O. xantholaema. De bevedering rond de dijen is groen, slechts bij weinig vogels geelgroen. De boven- en ondersnavel zijn hoornkleurig, hoewel er ook veel vogels zijn met donkere

vlekken of strepen op met name de bovensnavel.


Amazona ochrocephala auropalliata


Geelnekamazone

Formaat: 38 cm. Ringmaat: 11 mm.

Man en pop: als de nominaatvorm, maar de kop is groen, waarbij sommige vogels een smalle gele voorhoofdsband laten zien. De soort heeft een gele nekband waarvan de breedte per vogel varieert. De vleugelbocht is groen, bij sommige

vogels met enkele rode veertjes. De snavel is donkergrijs.


Amazona ochrocephala parvipes


Mosquitia-amazone

Formaat: 38 cm. Ringmaat: 11 mm.

Man en pop: als auropalliata, maar met een rode vleugelbocht.

De kleur van de snavel varieert van donkergrijs tot grijs. Een gedeelte van de populatie heeft een gele vlek op het voorhoofd en vormt zo de overgang van de auropalliatagroep naar de ochrocephala-groep.


Amazona ochrocephala caribaea


Roatánamazone

Formaat: 38 cm. Ringmaat: 11 mm.

Man en pop: als auropalliata, maar met een rode vleugelbocht en een hoornkleurige snavel. Ook bevindt zich op het voorhoofd en het voorste gedeelte van de schedel een gele vlek.


Amazona ochrocephala hondurensis


Hondurasamazone

Formaat: 35 -38 cm. Ringmaat: 11 mm.

Man en pop: als de nominaatvorm, maar met een hoornkleurige snavel en een rode vleugelbocht. Alleen het voorhoofd is geel. Op de kop komen verspreid gele veren voor. Een gedeelte van de populatie heeft een gele vlek in de nek en vormt zo de overgang van de ochrocephala-groep naar de auropalliata-groep (terwijl deze ondersoort midden in het gebied van de auropalliata-vormen voorkomt).


Amazona ochrocephala belizensis


Belize-amazone

Formaat: 36 cm. Ringmaat: 11 mm.

Man en pop: als de nominaatvorm, maar met duidelijk meer geel op de kop (op het voorhoofd, de schedel, het gebied rond de ogen, de wangen en het oordek). De bevedering in de nek is licht zwart omzoomd. Bij sommige vogels komen

enkele gele veren voor op hals en achterkop. De groene bevedering van buik en borst is licht blauw bewaasd. De snavel is hoornkleurig. Deze ondersoort vormt de overgang van de auropalliata-groep naar de oratrix-groep. Van deze ondersoort wordt soms nog een andere vorm als A. o. guatemalensis gescheiden; deze is echter tot nu toe niet wetenschappelijk beschreven. Hij heeft minder geel aan

de kop dan belizensis, maar vertoont in meer of mindere mate gele veren (tot een gele vlek) in de nek.


Amazona ochrocephala oratrix Ridgway 1887


Dubbele geelkopamazone

Formaat: 38 cm. Ringmaat: 12 mm.

Man en pop: als belizensis, maar iets groter, met meer geel op de kop en mer geel/rood op de vleugel. De bevedering van de kop is geel evenals die van de nek en de achterkop. De bevedering in de nek loopt over in groen en is daar

duidelijk zwart omzoomd, vaak vermengd met gele veren die bij sommige vogels rood zijn omzoomd. De vleugelbocht is rood, vermengd met gele veren. De bevedering van de borst en de buik is groen, waarbij vrijwel alle vogels donker

omzoomde veren bezitten. De bevedering van de dijen is groen, en aan de binnenzijde geel. De snavel is hoornkleurig. In algemene zin zijn de mannen vaak wel wat forser dan de poppen en vertonen ze meer geel op kop en vleugels.


Amazona ochrocephala magna


Grote geelkopamazone

Formaat: 41 cm. Ringmaat: 12 mm.

Man en pop: als oratrix, maar groter en met meer geel op kop en vleugels. De kop is volledig geel. De nek en de bovenborst zijn geel met gedeeltelijk groene veervelden. Sommige mannen en een enkele poppen laten een paar veren met

rode zomen in de nek zien. Een omvangrijk gebied rond devleugelbocht bestaat uit rode en geel-rood gemengde veren. De lichaamslengte is het eigenlijke ondersoortkenmerk: deze vogels zijn altijd forser. De uitbreiding van het geel kan

leeftijdafhankelijk wat variëren.

Amazona ochrocephala tresmariae


Tres Mariasamazone

Formaat: 40 cm. Ringmaat: 12 mm.

Man en pop: als oratrix, maar de gele bevedering is bij deze ondersoort in het geheel wat bleker van kleur. Verder dijt het geel van de kop meer uit naar de achterkop, bij sommige vogels ook naar de borst. De bevedering van de nek is groen zonder zwarte omzoming. Vaak is de groene nekbevedering vermengd met gele veren, bij sommige mannen zijn deze rood omzoomd. De groene borst- en buikbevedering is duidelijk turquoise bewaasd en bezit geen donkere omzoming.

De dijen zijn aan de binnenzijde geel, vaak echter ook groen. De smalle vleugelboeg is rood en vermengd met gele veertjes. Jongen: deze vliegen uit met een gele kop; die van oratrix zijn vaak alleen geel op voorhoofd en kroon; de jongen van magna lijken op die van oratrix en hebben soms meer geel op de wangen en bij de ondersnavel.


Herkomst, leefwijze en status

A. o. ochrocephala: Zuid- en Centraal-Colombia, Venezuela, Guyana, Suriname tot aan Noord-Brazilië en op het eiland Trinidad.

A. o. xantholaema: het eiland Marajó in de monding van de Amazone.

A. o. nattereri: van Zuid-Colombia via Oost-Ecuador, Oost-Peru en Noordwest-Mato Grosso tot in het noorden van Bolivia.

A. o. panamensis: ten westen van het Andesgebergte van Noord-Colombia tot West-Panama.

A. o. auropalliata: langs de kust van de Pacifische Oceaan van Noordwest-Costa Rica noordwaarts tot Oost-Oaxaca in Zuid-Mexico. De overige ‘geelnek’-ondersoorten parvipes, caribaea en hondurensis komen aan de Caribische kust voor.

A. o. parvipes: Oost-Honduras en Noordoost-Nicaragua.

A. o. caribaea: de voor de kust van Honduras gelegen Baaieilanden Roatá, Barbareta en Guanaja.

A. o. hondurensis: Noordwest-Honduras.

A. o. belizensis: Belize, het vroegere Brits-Honduras.

A. o. oratrix: langs de Pacifische kust van West-Mexico.

A. o. magna: langs de Caribische kust van Oost-Mexico.

A. o. tresmariae: op de Tré Marias-eilanden voor de westkust van Mexico.

A. o. guatemalensis: het grensgebied van Oost-Guatemala en Noordwest-Honduras.Deze ondersoort is (nog) niet officieel erkend.

In hun verspreidingsgebied leven deze amazones in vochtige tropisch en subtropisch gelegen beboste gebieden tot op een hoogte van 750 m. Ook houden ze zich op langs bosranden en gebieden met laag struikgewas. In Mexico komen

ze ook voor in droge bossen, savannen en gebieden met hoog struikgewas. Ze leven paarsgewijs maar ook in groepen of zwermen van meer dan tweehonderd vogels. Op het heetst van de dag zitten ze bij voorkeur in hoge bomen langs de oevers van de rivieren. Hun voedsel bestaat uit vruchten, zaden, bessen, noten, knoppen en bloesems van takken. Als nestgelegenheid maken ze gebruik van nestholten in hoge veelal afgestorven bomen en palmen. A. o. ochrocephala

maakt als broedgelegenheid in de natuur ook wel gebruik van verlaten nesten van boomtermieten.


De voeding van geelvoorhoofdamazones

De dagelijkse voeding voor amazonepapegaaien dient grofweg uit drie (gelijke) delen te bestaan en zou er als volgt uit kunnen zien:

1)   een goed zaadmengsel voor papegaaien. Bij voorkeur zitten er in een dergelijk mengsel ook palmnoten.

2)   een mengsel van gekiemd zaad, eivoer en universeelvoer. Geef dit in een verhouding van 1:1:1. Nadat het kiemzaad is geweekt kan hier het eivoer en het universeelvoer door gemengd worden. Verder is het verstandig twee keer per week, ondanks dat de vogels er ook vrij over moeten kunnen beschikken, scherpe maagkiezel en oesterschelpengrit door het kiemzaad te mengen.

3)    een mengsel van fruit (appel, peer, rozebottel, sinaasappel, druiven e.d.) en groenvoer (o.a. wortel, tomaat, witlof, paprika, andijvie e.d.).

Ook kan bijvoorbeeld 2 keer per week een nat gemaakt en uitgekneed snee bruinbrood gegeven worden. Vooral als er jongen zijn wordt hier graag van gegeten. Verder dienen de vogels dagelijks vers drinkwater aangeboden te krijgen waaraan eenmaal per week een multivitamine wordt toegevoegd. In de periode dat er jongen zijn dient de dagelijkse hoeveelheid voedsel sterk verhoogd te worden. Door de voedselbehoefte van de jongen eten de oudervogels dan een veelvoud van wat ze buiten de broedtijd eten.

Huisvesting van geelvoorhoofdamazones

Een goed onderkomen voor een kweekkoppel amazonepapegaaien is een binnenvolière van 2,5 x 2 x 2 meter (lxbxh) met daarin een nestkast, een klimboom en wat (knaag)takken.

Bij voorkeur heeft de binnenvolière nog een buitenvolière met een afmeting van bijvoorbeeld 4 x 2 x 2 meter. In de binnenvolière dient een verwarming aanwezig te zijn die er voor zorgt dat in de koude (vochtige) maanden bijverwarmd kan worden tot een binnentemperatuur van ongeveer 10 °C. Vanwege de sterke snavels van de vogels is een metalen volière (bijvoorbeeld van ijzer of aluminium) omspannen met een zware kwaliteit gaas een vereiste. Ook de eet- en drinkbakken dienen van metaal te zijn en zodanig geplaatst te worden dat de vogels ze niet kunnen omgooien.

Kweken met geelvoorhoofdamazones  

Als nestgelegenheid kan een van dik hout gemaakte nestkast of een uitgeholde natuurstam worden gegeven. Deze dient een bodemoppervlak te hebben van 30 x 30 cm. en een hoogte van 50 tot 60 cm. met een invlieggat van ongeveer 12 cm in doorsnee. Ook nestblokken van andere afmetingen, bijvoorbeeld 80 x 40 x 40 cm, worden door de vogels wel geaccepteerd. Over het algemeen zijn ze hier niet al te kieskeurig in. Om de vogels te helpen bij het in- en uitgaan van het blok is het aan te raden de binnenzijde onder het invlieggat te voorzien van een strookje gaas of krammen. Verder is het aan te bevelen een inspectieluikje aan te brengen. Zorg er daarbij voor dat het luikje vanaf de buitenzijde van de volière kan worden geopend. Hiermee kan het broedproces worden gevolgd zonder de vogels al teveel te storen. Bovendien hebt u dan minder of geen last van hun agressieve gedrag.

Als nestmateriaal kunnen bosgrond van naaldbomen, wilgenmolm of houtkrullen worden gegeven (ca. 4 – 5 cm dik). Ook kan een dik stuk vermolmd hout worden verstrekt. Dit wordt dan door de vogels geheel stuk geknaagd waardoor een prima bodembedekking ontstaat.

Als de vogels broedrijp worden begint het gedrag van man en pop te veranderen. Beide vogels worden dan luidruchtiger en agressiever. Vaak al bij het benaderen van de volière is dit merkbaar. Om te imponeren gaat dit veelal gepaard met het uitvoeren van schijnaanvallen, en in extremere gevallen springen de vogels tegen het gaas. In deze periode zal de man ook de pop beginnen te voeren, hetgeen een duidelijk teken van broedrijpheid is. Beide vogels zullen nu ook interesse gaan tonen voor het nestblok en het duurt dan vaak niet lang of ze zitten er regelmatig in.

Vaak is bij de pop aan een dikker wordend achterlijf te zien dat er eieren op komst zijn. Het legsel bestaat uit twee tot vier eieren, een enkele keer vijf. Deze worden gewoonlijk om de dag gelegd. Het komt echter ook regelmatig voor dat er drie dagen tussen zitten. Veelal begint de pop na het leggen van het tweede ei te broeden. Ze zal dan ook niet te vaak meer uit het nestblok komen. Als de eieren bevrucht zijn zal na ongeveer 28 dagen het eerste jong worden geboren. Voor de verzorger van de soorten/ondersoorten die tijdens de broedperiode agressief worden, wordt het nu nog moeilijker om de vogels te benaderen. Op een leeftijd van veertien dagen moeten de jongen worden geringd. Naarmate de jongen ouder worden, lijken de ouderdieren nog agressiever te worden. Vooral als de jongen in de hand worden genomen zal de opwinding cq. agressie groot zijn. Belangrijk in deze periode is het verstrekken van voldoende voedsel want naarmate de jongen groeien is er steeds meer nodig. Op een leeftijd van ongeveer 60 dagen vliegen de jongen uit. Alvorens ze zelfstandig zijn worden ze dan nog vier tot zes weken (bij)gevoerd door de ouders.

A. van Kooten 


Terug naar Index  papegaaien


Terug naar startpagina


papegaaien.net
papegaaien.net
papegaaien.net
papegaaien.net
papegaaien.net