PAPEGAAIEN.NET

Dwergara - Ara  severus

Kastanjevoorhoofdara; Ara severus castaneifrons

Ara severus castaneifrons

Kastanjevoorhoofdara; Ara severus castaneifrons

Ara severus castaneifrons

Dwergara – Ara  severus

Ondersoorten

  • Ara severus severus – dwergara
  • Ara severus castaneifrons – kastanjevoorhoofdara

Dwergara – Ara severus severus

Formaat: 46 cm. Ringmaat: 9,5 mm.

Man en pop: geen uiterlijk verschil. De algemene lichaamskleur is groen. Het voorhoofd, de veren op de naakte huid zijwaarts van de snavel tot aan het oog, het voorste deel van de wangstreek en de kin zijn donkerroodbruin. De bevedering van de kruin is duidelijk blauw bewaasd. De vleugelboegen, de vleugelzoom en de kleine ondervleugeldekveren zijn rood. De buitenvlaggen van de buitenste vleugelpennen zijn blauw. De bovenzijde van de staart is roodbruin met een groene basis en blauwe punt. De onderzijde van de staart en de vleugels zijn donker oranjerood. De naakte huid zijwaarts van de snavel tot aan het oog is wit. De iris is oranje, de snavel is zwart en de poten zijn grijs.

Kastanjevoorhoofdara – Ara severus castaneifrons

Formaat: 48 cm. Ringmaat: 9,5 mm.

Man en pop: gelijk aan A. s. severus maar groter.

Herkomst, leefwijze en status in het wild

Ara s. severus: zuidelijk van de rivier de Orinoco in Venezuela tot noordwaarts in Guayana, Suriname en Frans-Guayana tot aan Maranhao in Noordoost-Brazilië. Ara s. castaneifrons: van Oost-Panama en West-Colombia tot Oost-Colombia, Zuid-Venezuela, Ecuador, Oost-Peru tot Noord-Bolivia en het noordelijk gelegen Mato-Grossogebied in Noordwest-Brazilië. Het leefgebied van deze vogels omvat open bosgebieden, galerijbossen, savannen met aangrenzende bosgebieden, de randen van regenwouden en vochtige gebieden met palmboombestanden op hoogten tot 1.500 m. Het voedsel van deze ara’s bestaat in hoofdzaak uit zaden en allerlei vruchten, zoals vijgen en palmvruchten. Verder eten ze bessen, noten en op landbouwgronden mais en graan.

 Voeding

De dagelijkse voeding voor ara’s dient grofweg uit drie (gelijke) delen te bestaan:

  • een goed zaadmengsel voor papegaaien, aangevuld met diverse soorten (hele) noten, o.a walnoten, amandelen, hazelnoten en paranoten, echter niet meer dan ongeveer vier dopnoten per vogel per dag;
  • een mengsel van gekiemd zaad, eivoer en universeelvoer. Geef dit in een verhouding 2:2:1. Nadat het kiemzaad is geweekt kunnen hier het eivoer en het universeelvoer doorheen worden gemengd;
  • een mengsel van fruit (appel, peer, sinaasappel) en groenvoer (onder meer wortel, tomaat, witlof).

Ook kan bijvoorbeeld twee keer per week een natgemaakte en uitgeknepen snee bruinbrood worden gegeven. Verder dienen de vogels dagelijks vers drinkwater aangeboden te krijgen waaraan eenmaal per week een mutivitamine kan worden toegevoegd. In de periode dat er jongen zijn dient de dagelijkse hoeveelheid voedsel sterk verhoogd te worden. Door de voedselbehoefte van de jongen eten de oudervogels dan een veelvoud van wat ze buiten de broedtijd opnemen.

Huisvesting

Ara’s kunnen het best worden ondergebracht in een ruime volière van minimaal 5 m lang, 3 m breed en ongeveer 2,5 m hoog. Verder is het van belang dat ze kunnen beschikken over een te verwarmen nachtverblijf. Hoewel een ruime huisvesting de voorkeur heeft worden er ook broedresultaten behaald in binnenvolières van bijvoorbeeld 2 x 2,5 x 2 m hoog. Omdat vrijwel niets is opgewassen tegen hun sterke snavels is een metalen volière (bijvoorbeeld van ijzer of aluminium) omspannen met een zware kwaliteit gaas een vereiste. Erg geschikt is het zogenaamde golfgaas, draaddikte 4 mm, maaswijdte 50 mm. Nadeel hiervan is wel dat er allerlei inheemse dieren doorheen kunnen, van ratten en wezels tot diverse soorten vogels. Ook bouwmatten van ongeveer dezelfde draaddikte en maaswijdte zijn goed bruikbaar. Ook de eet-, voer- en drinkbakken dienen van metaal te zijn en zodanig geplaatst te worden dat de vogels ze niet kunnen omgooien.

Kweek

Als nestgelegenheid kan een blok worden gegeven met een bodemoppervlak van 50 x 60 cm, een hoogte van 60 tot 80 cm en een invlieggat van ca. 22 cm. Er zijn echter ook liefhebbers waarbij de vogels broeden in een open nestbak in een hoek van bijvoorbeeld het nachtverblijf. Het nestblok dient bij voorkeur dikwandig (2,5 cm) en van hardhout te zijn. Ook wordt wel trespa gebruikt. Verder verdient het aanbeveling om in de achterwand een inspectieluikje aan te brengen op een hoogte van ca. 20 cm boven het bodemoppervlak. Zorg ervoor dat het luikje van buiten de volière geopend kan worden. Hiermee wordt voorkomen dat de vogels teveel gestoord worden tijdens de broedperiode. Als nestmateriaal kan een dikke laag houtkrullen vermengd met potgrond of turf op de bodem van het nestblok worden aangebracht (laagdikte ca. 10 cm). Ook kan een dik stuk vermolmd hout worden gegeven. Dit wordt dan door de vogels geheel stukgeknaagd waardoor een prima bodembedekking in het nestblok ontstaat. Er kan worden gekweekt in een binnenvolière van bijvoorbeeld 2 x 2,5 x 2 m hoog of in ruime volières met een tocht- en vorstvrij nachtverblijf. Dit laatste dient verwarmd te kunnen worden. Bij een goed harmoniërend paar dat in de juiste broedconditie verkeert zullen paringen niet lang op zich laten wachten. Daarbij zit de man naast de pop en legt hij zijn poot over haar heen. De pop houdt met de snavel de poot vast en brengt haar staart omhoog. De man brengt zijn staart onder die van de pop en waarna de copulatie volgt. Gemiddeld worden twee of drie eieren gelegd die alleen door de pop worden bebroed. Tussen het leggen van de eieren kunnen soms tussenpozen zitten van twee tot zes dagen. De broedduur bedraagt ongeveer 26 dagen. Na ongeveer 18 dagen kunnen de jongen worden geringd. Ze openen hun ogen op een leeftijd van ca. vier weken. Na ongeveer 25 dagen worden de eerste veerschachten zichtbaar. Na twaalf weken zitten ze geheel in de veren en ongeveer een week later verlaten ze het nestblok. Hierna worden ze nog vier tot vijf weken door de oudervogels (bij)gevoerd.

A. van Kooten

Terug naar Index  Ara’s